[E8] Hoe geschikt vind je deze tekst? Boem! Ruben uit groep 3 stormt de klas binnen. ‘Zo kopte van Persie gister de bal in het doel juf! Heb je het gezien?’ Ruben vertelt over de voetbalwedstrijd die hij samen met zijn ouders op televisie keek. Als om half 9 de bel gaat, begint de rekenles. Alle leerlingen zitten klaar met hun boek op tafel en luisteren naar de leerkracht. Werken met een boek is nieuw in groep 3. Ook werken aan een tafel is nieuw. Wanneer de klas toe is aan de verwerking beginnen sommige leerlingen te wiebelen op hun stoel. ‘Gaan we al bijna naar buiten juf?’ Jonge kinderen hebben behoefte om te bewegen, rennen, fietsen, klimmen en klauteren (Van Oers, 2007). Lang stilzitten past niet bij de leeftijds- en ontwikkelingsfase waarin leerlingen zich aan het begin van de basisschool bevinden. Om de ontwikkeling van de leerlingen te stimuleren biedt de leerkracht activiteiten aan die aansluiten bij wat de leerling al beheerst, maar die zo uitdagend zijn dat de leerling af en toe begeleiding nodig heeft. De leerkracht zoekt de Zone of Proximal Development, om de term te gebruiken die de de Russische psycholoog Lev Vygotsky hiervoor introduceerde. Leerlingen koppelen bestaande kennis en ervaringen aan nieuwe kennis door imitatie, interactie, feedback en instructie (Woolfolk, Hoy, Hughes, & Walkup, 2007). In deze tekst ontdek je hoe je daar beweging aan toevoegt bij rekenonderwijs, zonder dat het lestijd kost en zonder dat het je taak als leerkracht complexer maakt. [E6] Hoe geschikt vind je deze tekst? Boem! Met een grote duik komt Ruben uit groep 3 vanochtend de klas binnenvallen. ‘Zo kopte hij (van Persie) gister de bal in het doel juf! Heb je het gezien?’ Met veel enthousiasme vertelt Ruben over de voetbalwedstrijd die hij samen met zijn ouders op televisie heeft gekeken. Als om half 9 de bel gaat start de juf met de rekenles. Alle leerlingen zitten klaar met hun boek op tafel en luisteren aandachtig naar de instructie. Het werken vanuit een boek is nieuw in groep 3 en dat is spannend, maar ook even wennen. Ook het werken achter een tafel is nieuw voor de leerlingen. Dit is een mooie uitdaging voor de leerkracht. Wanneer de klas toe is aan de verwerking beginnen een flink aantal leerlingen te wiebelen op hun stoel. ‘Gaan we al bijna naar buiten juf?’ Iedereen die ervaring heeft met het leren van jonge kinderen, weet dat zij een natuurlijke behoefte hebben om te bewegen, rennen, fietsen, klimmen en klauteren (Van Oers, 2007). Lang stilzitten past dan ook niet bij de leeftijds- en ontwikkelingsfase waarin leerlingen zich aan het begin van de basisschool bevinden. Om de ontwikkeling van de leerlingen te stimuleren biedt de leerkracht, doelgericht, activiteiten aan binnen de zone van naaste ontwikkeling. Deze sluiten aan bij wat de leerling al beheerst en richten zich op de lesstof waarbij de leerling nog ondersteuning nodig heeft. De instructie wordt met passende hulp en ondersteuning van de leerkracht ingezet. Zo leren leerlingen bestaande kennis en ervaringen te koppelen aan nieuwe kennis door imitatie, zoals tijdens het modellen waarbij de leerkracht aan de leerlingen het herhaald optellen demonstreert en vervolgens samen inoefent. Daarnaast leren leerlingen door interactie, zoals de feedback die een leerling ontvangt op zijn oplossingsprocedure, tijdens de rekenles (Woolfolk, Hoy, Hughes, & Walkup, 2007). Het inzetten van de juiste instructievorm passend bij de (reken)ontwikkeling van het jonge kind is dan ook niet alleen een belangrijke- (Bouwman & Mulder, 2020), maar ook complexe taak waar je als leerkracht van groep 3 dagelijks mee van doen hebt. [E5] Hoe geschikt vind je deze tekst? Ruben uit groep 3 stormt de klas binnen. “Zo kopte Van Persie gister de bal in het doel, juf! Heb je het gezien?” Nog voor de rekenles begint, spat zijn energie er vanaf. Even later zit hij – samen met zijn klasgenoten – achter zijn nieuwe rekenboek. Werken vanuit een boek is spannend én wennen. Maar zodra de verwerking start, schuiven stoelen heen en weer en wiebelt menig leerling ongeduldig: “Gaan we al bijna naar buiten, juf?” Veel leerkrachten en ouders zullen dit gedrag herkennen bij jonge kinderen. Zij hebben van nature een sterke behoefte om te bewegen: rennen, klimmen, springen, fietsen (Van Oers, 2007). Lang stilzitten past simpelweg niet bij hun ontwikkelingsfase. Als leerkracht in groep 3 is het daarom een uitdaging om die beweegdrang niet te zien als afleiding, maar als kans. Want wat als je die energie kunt inzetten om het rekenonderwijs te versterken? Jonge kinderen leren het meest wanneer activiteiten aansluiten bij wat zij al kunnen, en wanneer er ruimte is voor interactie en nabootsing. Door doelgericht activiteiten aan te bieden binnen de zone van naaste ontwikkeling, help je hen nieuwe kennis op te bouwen. Dat kan bijvoorbeeld door het voordoen van een strategie, het samen inoefenen, en het geven van gerichte feedback (Woolfolk, Hoy, Hughes, & Walkup, 2007). Door beweging aan deze instructiemomenten te koppelen, vergroot je niet alleen de betrokkenheid, maar ook de kans dat kennis beklijft. In dit artikel ontdek je hoe je beweegactiviteiten kunt verbinden aan rekendoelen in groep 3, zodat leerlingen spelenderwijs herhalen, automatiseren en verdiepen – zonder dat het extra lestijd kost. Zo benut je hun energie optimaal én werk je aan betere rekenresultaten. [E7] Hoe geschikt vind je deze tekst? Boem! Met een grote duik komt Ruben uit groep 3 vanochtend de klas binnenvallen. ‘Zo kopte hij (van Persie) gister de bal in het doel juf! Heb je het gezien?’ Met zeer veel enthousiasme vertelt Ruben over de voetbalwedstrijd die hij samen met zijn ouders op televisie heeft gekeken. Als om half 9 de bel gaat wordt door de juf gestart met de rekenles. Alle leerlingen zitten klaar met hun boek op tafel en luisteren aandachtig naar de instructie. Het werken vanuit een boek is nieuw in groep 3 en dat is spannend, maar er moet ook even aan gewend worden. Ook het werken met behulp van een tafel is nieuw voor de leerlingen. Dit is een mooie uitdaging voor de leerkracht. Wanneer de klas toe is aan de verwerking beginnen een flink aantal leerlingen te wiebelen op hun stoel. ‘Gaan we al bijna naar buiten juf?’ Iedereen die ervaring heeft met het leren van jonge kinderen, weet dat zij een natuurlijke behoefte hebben met betrekking tot bewegen, rennen, fietsen, klimmen en klauteren (Van Oers, 2007). Lang stilzitten past dan ook niet bij de leeftijds- en ontwikkelingsfase waarin leerlingen zich aan het begin van de basisschool bevinden. Om de ontwikkeling van de leerlingen te stimuleren worden door de leerkracht, doelgericht, activiteiten aangeboden binnen de zone van naaste ontwikkeling. Deze sluiten aan bij wat door de leerling al beheerst wordt en richten zich op de lesstof waarbij de leerling nog ondersteuning kan gebruiken. De instructie wordt met passende hulp en ondersteuning van de leerkracht ingezet. Zo kunnen leerlingen leren bestaande kennis en ervaringen te koppelen aan nieuwe kennis door imitatie, zoals tijdens het modellen waarbij de leerkracht aan de leerlingen het herhaald optellen demonstreert en vervolgens samen inoefent. Daarnaast leren leerlingen door middel van interactie, zoals de feedback die een leerling ontvangt op zijn oplossingsprocedure, tijdens de rekenles (Woolfolk, Hoy, Hughes, & Walkup, 2007). Het inzetten van de juiste instructievorm passend bij de (reken)ontwikkeling van het jonge kind is dan ook niet alleen een belangrijke- (Bouwman & Mulder, 2020), maar ook complexe taak waar je als leerkracht van groep 3 dagelijks mee van doen hebt. Time's up